
Het kind is wat de moeder eet
Gynaecoloog Barbara Havenith was een van de twee voorzitters van het Orthica-seminar Gezond Zwanger dat op 19 april in Amersfoort plaatsvond en georganiseerd werd onder auspiciën van Stichting Folia Orthica. De doelgroep van dit seminar waren verloskundigen en diëtisten. Barbara Havenith behoort tot de minderheid van zwangerschapsbegeleiders die groot belang hechten aan de voedingsstatus van de aanstaande moeder. Een van haar conclusies was: 'Verloskundigen en diëtisten kunnen elkaar nog veel leren'.
In je introductie van de vier spreeksters meldde je dat één op de zes geboortes gepaard gaat met (gezondheids)problemen. Dat is een ongunstig cijfer, vergeleken met veel andere Europese landen. Is er een verband met de voedingsstatus van de moeder?
"Daar kunnen we niet omheen, vrees ik. Verloskundige Tinie de Nood refereerde in haar presentatie aan het rapport Een Goed Begin. Dat rapport werd uitgebracht naar aanleiding van de verontrustende Nederlandse sterftecijfers onder pasgeborenen. Het onderzoek dat aan het rapport ten grondslag ligt, laat zien dat leefstijl een belangrijke risicofactor is. Van de zwangeren rookt 14%, drinkt 50% alcohol en heeft 40% overgewicht. Voorzichtig uitgedrukt: Nederland doet het op dat punt echt minder goed dan de omringende landen."
Dat zegt nog niet alles over de voedingsstatus.
"Nou… de voedingsstatus ligt in het verlengde van die andere leefstijlfactoren en die is ook niet goed. Nederland is een conservatief land als het gaat om aanbevelingen voor gezonde voeding en aanbevolen dagelijkse hoeveelheid nutriënten. Maar zelfs die worden door de groep van jonge vruchtbare vrouwen niet gehaald. Een van de andere spreeksters, lactatiedeskundige Anita Badart-Smook, liet dat zien. Volgens de laatste voedselconsumptiepeiling haalt niet één van de ondervraagde jonge vrouwen de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van 200 gram groenten. Slechts 7,5% haalt de dagelijks aanbevolen hoeveelheid fruit: twee stuks. Bijna 60% eet nooit of minder dan één keer per maand vis."
En dat leidt tot gevaarlijke situaties in de zwangerschap en bij de geboorte?
"Die kans is in elk geval duidelijk groter dan wanneer de moeder een gezonde voedingsstatus heeft. Teveel verkeerde vetten en te weinig goede vetten in de voeding van de moeder zijn direct van invloed op de opbouw van de hersenen en het zenuwstelsel bij de baby. Foliumzuur is een ander belangrijk nutriënt voor een gezonde zwangerschap, maar óók – en dat weten veel vrouwen niet – om zwangerschap te worden. Overigens gebruikt maar 40% van de vrouwen die zwanger willen worden, of net zwanger zijn, extra foliumzuur. Maar ook heel belangrijk zijn vitamine B12 en vitamine D. Foliumzuur en vitamine B12 zou je uit je voeding moeten halen. Vitamine D moet vooral van zonlicht komen. Maar de meeste jonge vrouwen eten te weinig groenten om hun foliumzuurniveau te halen en te weinig vlees om aan hun vitamine B12 te komen. Vrouwen zijn echt 'zuinig' met vlees."
En dan is de oplossing: supplementen?
"Voor sommige nutriënten zeker, omdat je er anders gewoon niet genoeg van binnenkrijgt. Vitamine D is een duidelijke voorbeeld. Die kun je via de voeding praktisch alleen met vette vis binnen krijgen. Daarnaast ook via zonlicht. Helaas gaat dat op onze breedtegraad niet op; alleen op de meest zonnige dagen in de zomer. Maar dan moeten we zonnebrand smeren tegen het risico van huidkanker. En het zonnebrandfilter blokkeert de aanmaak van vitamine D. Dus zijn we op suppletie aangewezen. Maar ook visolie-suppletie is verstandig – zoveel vette vis eten we niet – en ijzer. En niet te vergeten; probiotica."
Maar probiotica zijn toch geen nutriënten?
"Dat is maar hoe je er naar kijkt. Probiotica zijn nuttige bacteriën die de kans op diarree en verstopping tijdens de zwangerschap verminderen. Maar ze verkleinen ook de kans op vaginale infectie. En zelfs – zo liet onderzoekster dr. Karen Koning ons zien – het risico van vroeggeboorte. Als de aanstaande moeder al probiotica neemt dan wordt de kans kleiner dat het kind storingen in het immuunsysteem ontwikkelt. Zulke storingen kunnen zich uiten in eczeem en later in allergieën."
Dat laatste was voor sommige seminardeelnemers een openbaring, nietwaar?
"Ja; niet iedereen realiseert zich dat een kind bij een normale geboorte – dus niet bij een keizersnede – de darmbacteriën van de moeder meekrijgt. Daarvóór is de baby nog zo goed als steriel. Moeders darmbacteriën zijn de eerste kolonisten van de darm van het kindje, dat daarmee zijn eigen immuunsysteem opbouwt. Op het perineum van de moeder en zelfs in de vagina verblijft een groot deel van de bacteriën die ook in haar darm actief zijn. Een baby hoeft niet zichtbaar onder de feces van de moeder te zitten om tóch die beginkolonie mee te nemen."
Terug naar je eindconclusie: verloskundigen en diëtisten kunnen elkaar nog wat leren.
"Ik denk het wel. We zien nu een beweging – Tinie de Nood gaf er een praktijkvoorbeeld van – dat verloskundigen zich realiseren dat voeding en voedingssuppletie van groot belang zijn voor moeder én baby. Dat vraagt bijzondere kennis. Aan het eind van het seminar gaf bijvoorbeeld een ruime meerderheid van de verloskundigen aan dat ze een multivitamine aan hun cliënten zouden adviseren nu ze wisten dat vrijwel geen enkele jonge vrouw volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum eet. Maar welke multi? Daarover waren ze verdeeld. Een aantal koos voor de goedkoopste omdat de cliënt anders niet zou meegaan. Maar eigenlijk wisten ze ook niet goed waar ze op moesten letten. Op het seminar werd duidelijk dat niet alleen voldoende vitamine D en foliumzuur de kwaliteit van de multi bepaalt. De vorm waarin bepaalde vitaminen en mineralen in een supplement aanwezig zijn, blijkt van invloed op de opname en activiteit ervan in het lichaam. Een multi die ook voorziet in voldoende vitamine B12, ijzer en de juiste visvetzuren zorgt ervoor dat moeders maar 1 supplement per dag hoeven te nemen. Bij het huidige aanbod van multi's is het zelfs voor ingewijden al moeilijk om te schiften. Ik hoop dus – zoals Tinie de Nood en collega's dat hebben gedaan – dat verloskundigen en diëtisten elkaar gaan opzoeken en gaan samenwerken. Verloskundigen kunnen diëtisten veel leren over het gedrag van hun cliënten. Diëtisten kunnen verloskundigen veel leren over wat goede voeding en noodzakelijke suppletie is. En wat een gezonde gewichtstoename tijdens de zwangerschap is. Dat laatste was jaren een ondergesneeuwd onderwerp, maar daar kunnen we het gelukkig weer over hebben."
