© Powered by SiteSpirit

 
header_logo.gif

Interview met Anna Kruyswijk

Anna Kruijswijk_10x10cm.jpg

"We zien een kruisbestuiving tussen wetenschap en complementaire ervaring"  

Voor het derde achtereenvolgende jaar was arts-docent Anna Kruyswijk – van der Heijden een van de twee dagvoorzitters van het Folia Orthica-symposium. Dichter kun je niet op de sprekers zitten. Wat heeft op haar het meeste indruk gemaakt? Ze hoeft niet na te denken: "De bevlogenheid van elke spreker. Maar ook de frictie tussen de normen van de wetenschap en de nood van de patiënt." 

Eerst maar even over dat compliment aan de sprekers. Waar sprak die bevlogenheid uit?
"Dat was duidelijk. Ieder van de sprekers sprak met een soms aanstekelijke passie over zijn of haar toewijding aan hun werk, of dat nu onderzoek is of behandelpraktijk. En iedereen maakte tegelijk met zoveel woorden – of heel duidelijk tussen de regels door – duidelijk dat hun inspanningen gericht zijn op het belang van de patiënt, de mens. Dat die 'gebruiker' ze steeds voor ogen staat."  

Dat zag je dus zowel bij die onberispelijke wetenschapper als bij die soms wanhopige arts?
"Zeker! Maar nu noem je tegelijk een groot probleem, iets dat door de kwaliteit van dit programma ook heel goed uitgelicht werd. En dat is die frictie tussen de geldende normen van goed wetenschappelijk onderzoek – en de vertaling ervan naar behandelprotocollen – en de nood van de zieke, dus de weerbarstigheid van de dagelijkse praktijk voor de individuele patiënt."  

Bedoel je dat de wetenschap de behandelpraktijk frustreert?
"Nee, dat kun je nooit zo zeggen. En laat ik voorop stellen dat ik ontzettend blij ben met de symposiumprogramma's zoals de Stichting Folia Orthica die vaststelt. Een mooie mix van wetenschappelijk onderzoek en behandelpraktijk. Maar daardoor wordt ook pijnlijk duidelijk dat er ernstige frictie bestaat tussen de terughoudendheid van de fundamenteel wetenschappelijke onderzoeksteams en de nood van vandaag bij patiënten en hun behandelaars."  

Wat bedoel je met 'terughoudendheid' en 'nood'?
"Wetenschappers willen keihard en onweerlegbaar bewijs 'dat iets werkt'. Pas dan is het verantwoord om een bepaald middel in te zetten bij een bepaalde klacht. Dat is heel goed verdedigbaar als je het hebt over chemische medicijnen, waar je nog maar relatief kort ervaring mee hebt. Hier is terughoudendheid een veiligheidswaarborg voor de aanstaande gebruiker.
Maar met voedingsstoffen en voedingsinterventies ligt het toch anders. Voedingsstoffen zijn van een fundamenteel andere orde dan chemische medicijnen: ze worden dagelijks door iedereen geconsumeerd. De werking en effecten van de meeste voedingsstoffen zijn goed onderzocht, en we weten ook wat de veilige dosisgrenzen zijn. Als er dan heel duidelijke aanwijzingen zijn vanuit de praktijk dat bepaalde stoffen bepaalde positieve effecten hebben, dan is het voor dokter en patiënt heel frustrerend dat de wetenschap 'terughoudend' is met ondersteunend onderzoek. Ik vond de nood van de behandelaar, die nú met een ernstig zieke patiënt zit, heel treffend verwoord door Kim van Wetten, gespecialiseerd in de behandeling van autistische kinderen: "Wat heeft deze patiënt nodig, en heb ik alles gedaan voor deze patiënt ?" Ze zei eigenlijk dat je je nooit kunt neerleggen bij de conclusie 'uitbehandeld – want de medische wetenschap biedt niet meer' maar dat je als dokter altijd verplicht bent vérder te zoeken naar oplossingen."  

Dus regulier of 'academisch' kan het nog steeds niet vinden met 'anders' of complementair?
"Dat is te kort door de bocht. Er gebeuren interessante dingen waar je op de Folia Orthica-symposia ook mooie voorbeelden van ziet. Er spelen zich tussen die twee verschillende richtingen bijna ongemerkt bewegingen af die duiden op al veel langer bestaande verbindingen.  Neem nu de complementaire gewoonte – gestoeld op zowel wetenschappelijk onderzoek als op ervaring – om mensen individueel te behandelen en in de reguliere sector de beweging van personalized medicine. Die laatste ontwikkeling komt voort uit de inzichten vanuit vooral de genetica, maar het idee is nog lang niet toe aan vertaling naar de dagelijkse medische praktijk. Tegelijk is er wel de roep vanuit die medische praktijk om meer individu-gerichte geneeskunde, benoemd als practice based medicine of practice based evidence. In feite de ervaringsgeneeskunde uit het complementaire veld."  

Staat dat complementaire veld dan machteloos? Is het helemaal afhankelijk van de ontwikkelingen in de wetenschap?
"Oh nee, gelukkig niet. Je ziet toch duidelijk ook een kruisbestuiving tussen fundamenteel wetenschappelijk onderzoek op het gebied van voedingsstoffen en de veel snellere toepassing in het complementaire veld, die vervolgens de implementatie in het reguliere veld bespoedigt. Neem vitamine D3; dankzij de orthomoleculaire geneeskunde kennen we de gunstige effecten van een veel hogere dosering dan de ADH. Dat heeft de officiële bijstelling van de ADH bespoedigd. En wat autisme en ADHD betreft: de toepassing gedurende tientallen jaren in het complementaire veld van voedingsinterventies en probiotica heeft mede geleid tot nieuw wetenschappelijk onderzoek naar beide ziektebeelden. Je zou kunnen zeggen dat dankzij het jarenlang pionieren en de enorme ervaring met de toepassing van voedingsstoffen en voedingsinterventies in het complementaire veld, de geneeskunde zich verder kan ontwikkelen in een individueel afgestemde geneeskunde.  En dat is een heel mooie beweging."  


stroke.jpg