© Powered by SiteSpirit

 
header_logo.gif

Interview met René Severijnen

severijnen4555_uitsnede_lowres (3).jpg

Kinderchirurg René Severijnen zet zich in voor integratieve geneeskunde; interview door René de Vos    
'Mijn hoop is dat goede complementaire therapieën over 20 jaar zijn opgenomen in de reguliere geneeskunde'    

Een vaste bezoeker van de Folia Orthica-symposia is René Severijnen. Vier jaar geleden ging de kinderchirurg met pensioen. Niet om op zijn lauweren te rusten. Hij is actiever dan ooit met zijn ambassadeurschap voor integratieve geneeskunde. Zijn ideaal is het opgaan van veilige en effectieve complementaire behandelwijzen in de reguliere geneeskunde. Een missie die incasseringsvermogen, geduld en tact vraagt.   

Wat is jouw persoonlijke reden geweest om je te gaan verdiepen in wat we gemakshalve complementaire therapieën noemen?
"Ik ontdekte al tijdens mijn opleiding tot kinderchirurg dat een aantal aandoeningen niet door operatie te genezen was, en dat we hulp nodig hadden. Zoals van de fysiotherapeut en de psycholoog bij fecale incontinentieklachten of bij pijnbehandeling."  

Het begrip 'complementair' is delicaat in de reguliere wereld. Hoe hebben jouw collega's en jij elkaar gevonden zodat de Werkgroep Integratieve Kindergeneeskunde kon worden gevormd, en wanneer was dat?
"Eind oktober 2007 heb ik bij gelegenheid van mijn pensionering na 35 jaar kinderchirurgie in het UMC St Radboud in Nijmegen een symposium georganiseerd met als titel 'Integratieve geneeskunde, voor ons allemaal'. Naar aanleiding daarvan werd ik gevraagd deel te nemen aan een bijeenkomst van een groep kinderartsen die zich allemaal, elk voor zich, bezig hielden met onderdelen van de complementaire kindergeneeskunde; zoals de antroposofie, homeopathie, acupunctuur en dergelijke. Die groep komt sindsdien tweemaal per jaar samen om te kijken of we tot een aparte onderafdeling van de kindergeneeskunde kunnen komen. Een van de sprekers op mijn symposium was Inès von Rosenstiel, voorzitter van de Stuurgroep Integrative Medicine en hoofd van de afdeling kindergeneeskunde in het Slotervaartziekenhuis. Zij nodigde mij op haar beurt uit om te spreken bij de officiële opening van de afdeling Integratieve Geneeskunde in het Slotervaart. Ik heb daar verteld over mijn plannen binnen het academisch ziekenhuis St Radboud te komen tot een Nijmegen Centre for Complementary and Integrative Medicine."  

Is er één bepaalde complementaire therapie waar jij zelf erg enthousiast over bent?
"De Ayurveda heeft een bijzondere aantrekkingskracht; dat wilde ik na mijn afscheid als actief chirurg gaan doen. Daarom ben ik begin 2005, niet lang na mijn promotie, enkele weken naar Mumbai in India geweest, naar een Ayurvedische kliniek. Daar onderging ik niet alleen de behandeling, maar ik mocht ook meekijken naar de manier van werken van de Ayurvedische artsen; ze hebben veel aandacht voor de polsdiagnostiek. Uiteindelijk besloot ik dat ik deze kunde in de mij toegemeten tijd niet meer kon leren. Ik ben me toen gaan toeleggen op de integratie van complementaire therapieën in de reguliere geneeskunde."  

Het Tijdschrift voor Kindergeneeskunde bracht deze maand een special uit over integratieve geneeskunde. Jij was gastredacteur. Er worden diverse complementaire therapieën beschreven, maar géén die op voeding/dieet/supplementen is gestoeld, terwijl dit wel een aandachtsgebied voor jullie is. Toeval, die afwezigheid? "Ik had iemand gevraagd te schrijven over een voedingsonderwerp, maar zij was bang dat ze, als ze aan dit speciale nummer meewerkte, met de complementaire geneeskunde geassocieerd zou worden. Ze wil ongewenste connotaties vermijden en benadrukt in haar publicaties dat haar bijdrage volkomen regulier is. Dat is ook een merkwaardig fenomeen rond de complementaire geneeskunde; zodra iets blijkt te werken, heet het regulier, wat bijvoorbeeld gebeurd is met de Macedonische therapie voor de CRPS 1, voorheen Sudeckse dystrofie genaamd of sympathische reflexdystrofie. Zo is ook Mindfulness, vanwege het effect bij herhaalde depressies, door de reguliere geneeskunde omarmd en opgenomen in het therapeutisch arsenaal met het bijpassende wetenschappelijk onderzoek."  

Heb je het gevoel dat je langzamerhand begrip oogst bij je collega's?
"Nee. Ik merk wel dat veel mensen er ervaring mee hebben – meestal binnen de familie – en ervoor open staan, maar er weinig over praten. De meeste artsen wijzen, niet gehinderd door enige kennis, complementaire therapieën af. Toch is mijn hoop dat waardevolle, werkende therapieën over een jaar of twintig volledig geïntegreerd zijn in de reguliere geneeskunde. Als ik daar een kleine bijdrage aan heb kunnen leveren, ben ik tevreden."  

Wat moet er nog gebeuren om tot volwaardige integratieve geneeskunde te komen?
"Op de eerste plaats moet erkend worden dat het bestaat. Dokters kunnen zich er niet vanaf maken met 'Daar weet ik niets van'; ze moeten zich erin verdiepen, want de patiënten gebruiken het en het werkt bij hen. Complementair wordt vaak afgewezen omdat het onbewezen zou zijn. Veel artsen beseffen niet dat ook in de reguliere geneeskunde veel zaken niet bewezen zijn en dat we lang niet altijd weten hoe het werkingsmechanisme van een bepaalde therapie is. Wanneer er meer bekend wordt over veelgebruikte complementaire behandelwijzen en ze niet meer voortdurend en op voorhand worden bestreden, komt er meer ruimte voor artsen om er veilig  gebruik van te maken en te zoeken naar de wetenschappelijke onderbouwing. Daar is samenwerking tussen regulier en complementair voor nodig. Maar dat is alleen mogelijk met respect voor elkaars kunde en dat begint met naar elkaar te luisteren."


stroke.jpg