© Powered by SiteSpirit

 
header_logo.gif

Sterke relatie maag-darmklachten en autisme

Het lijkt erop dat kinderen met autisme vaker maag-darmklachten hebben dan gezonde kinderen. Om te achterhalen of dit gerelateerd is aan het darmmilieu en de darmmicrobiota werd van 58 kinderen met autisme (Autism Spectrum Disorders of ASD) en 39 gezonde kinderen van vergelijkbare leeftijden de ontlasting onderzocht.

Er werd gekeken naar de aanwezigheid van gisten, lysozym, lactoferrine, secretoir IgA, elastase, verteringsmarkers, korteketenvetzuren, pH en de aanwezigheid van bloed. Maag-darmklachten werden bepaald met een vragenlijst: de zogenaamde Gastro-Intestional Severity Index (6-GSI). Symptomen van het autistische spectrum werden bepaald met de Autism Treatment Evaluation Checklist (ATEC).

Uit de resultaten kwam naar voren dat de ernst van de maag-darmklachten sterk gecorreleerd was aan de ernst van de autistische klachten. Kinderen met 6-GSI-scores boven drie hadden een veel hogere ATEC-score dan kinderen met 6-GSI-scores van drie of lager (81.5 +/- 28 vs. 49.0 +/- 21, p = 0.00002).

Verder hadden kinderen met autisme een veel lagere score van totale korte ketenvetzuren (-27%, p = 0.00002), inclusief lagere spiegels van acetaat, propionaat en valeraat. Dit verschil was groter bij kinderen met autisme die probiotica namen, maar ook significant bij diegenen die geen probiotica innamen. Kinderen met autisme hadden lagere aantallen van de soort Bifidobacter in de darm (-43%, p = 0.002) en hogere Lactobacillus-aantallen (+100%, p = 0.00002), maar vergelijkbare spiegels van andere bacteriën en gist. Lysozym was wat lager bij kinderen met autisme (-27%, p = 0.04); vermoedelijk houdt dit verband met probioticagebruik. Lysosym is een enzym met bacteriedodende eigenschappen. Het wordt afgescheiden als er sprake is van ontsteking. Markers van de verteringsfunctie waren vergelijkbaar in beide groepen.

Conclusie: de relatie bevestigd
Uit de resultaten kan geconcludeerd worden dat kinderen met een ernstige vorm van autisme ernstiger maag-darmklachten hebben en omgekeerd. Het is mogelijk dat autisme-symptomen verergeren of zelfs gedeeltelijk veroorzaakt worden door de onderliggende maag-darmproblemen. De lage spiegels van korteketenvetzuren waren gedeeltelijk geassocieerd met het toegenomen gebruik van probiotica en vermoedelijk gedeeltelijk te wijten aan ofwel een lagere productie (lagere koolhydraatfermentatie door goedaardige bacteriën en/of lagere intake van oplosbare vezels) en /of een grotere absorptie in het lichaam als gevolg van langere passagetijd en/of toegenomen darmpermeabiliteit.
Adams, J.B., et al., Gastrointestinal flora and gastrointestinal status in children with autism--comparisons to typical children and correlation with autism severity. BMC Gastroenterol, 2011. 11: p. 22.


stroke.jpg
stroke.jpg